Adviseur Voeding

Anne-Marie Ernst

Blog Keer Diabetes Om

Wat at de oermens?

Voornamelijk vlees? Of toch niet? 

Het oerdieet was gevarieerder dan je denkt. We nemen je mee in de geschiedenis.

 Vanaf ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden, de tijd van de vroegste Homo-soorten, kunnen we vrij zeker zeggen dat de mens vlees at. Dat weten we vooral door snijsporen op dierlijke botten, gevonden in Ethiopië (Dominques-Rodrigo et al, 2005). At de oermens alleen vlees? Daar lijkt het niet op. Maar het eten van planten is lastiger te bewijzen en kan moeilijker gekoppeld worden aan archeologisch bewijs. Een knol, zaadje of vrucht laat minder goed sporen achter. Toch zijn er uit deze tijd wel wat aanwijzingen voor gevonden, bijvoorbeeld in de vorm van gebitsslijtage van het eten van vezelachtig voedsel. 

 Rond 2 miljoen jaar geleden wordt het bewijs voor een omnivoor eetpatroon sterker. Bij verwanten van de vroegste mensen uit Zuid-Afrika werden in het tandsteen microscopische plantenresten aangetroffen van onder andere bast, bladeren en fruit (Henry et al, 2012).

 Het echte bewijs voor een omnivoor eetpatroon wordt vanaf 780.000 jaar geleden vastgesteld. In een grot in Israël werden op stenen werktuigen meer dan 55 plantensoorten aangetroffen zoals eikels, peulvruchten en kastanjes (Melamed et al, 2026, Henry et al, 2025). Ook vond men hier visresten en werd het duidelijker dat vuur gebruikt werd om eten te bereiden. 

 Het beeld dat de oermens voornamelijk vlees at, komt waarschijnlijk van de Neanderthalers die leefden vanaf 400.000 jaar geleden. Zij waren gespecialiseerde jagers op groot wild zoals mammoeten, bizons en herten (Naito et al, 2016). Maar ze aten ook klein wild, vis,  schelp- en schaapdieren. En knollen, granen, bessen en noten. Alles-eters dus. Maar hoe de verhouding tussen dierlijk en plantaardig eten was, is tot nu toe niet achterhaald. Waarschijnlijk varieerde dit sterk per streek en seizoen. In het kale noorden van Europa werd meer vlees gegeten en in het bosrijke zuiden gevarieerder (El Zataari et al, 2016). 

Vanaf 45.000 jaar geleden verspreidde de homo-sapiens, eigenlijk de moderne mens, zich vanuit Afrika over Europa en werd hun eetpatroon nog gevarieerder. Botonderzoek van deze mens laat zien dat zoetwatervis op het menu stond, maar ook klein wild zoals gevogelte. En men vond meel resten op slijpstenen van onder andere wilde rijst en knollen (Revedin et al, 2010). 

Kortom, ondanks het beeld van de vleesetende Neanderthaler, was de mens was altijd een alleseter. De verhouding verschilt waarschijnlijk per streek, klimaat en seizoen. Variatie is dus geen modern advies, maar ingebed in onze evolutie. De moderne wetenschap bevestigt ook dat hoe gevarieerder je eet, hoe beter het voor ons is. Zo gevarieerd mogelijk eten is niet voor niets een van de belangrijkste adviezen die wij deelnemers aan onze programma’s geven. Precies zoals onze voorouders heel lang geleden ook deden.